| Zwakke schakels | |
|
Zwakke schakels zijn plekken in de kust die volgens de nieuwste inzichten niet meer voldoen aan de gewenste veiligheidsnormen. Dat wil zeggen dat ze tussen nu en het jaar 2020 niet meer bestand zullen zijn tegen een storm, zoals die gemiddeld eens per 4000 jaar plaats vindt. In Nederland zijn acht kustgebieden als zwakke schakel bestempeld, waarvan twee in Zeeland. Om de verwachte gevolgen van de klimaatverandering – zeespiegelrijzing, bodemdaling en sterkere golfaanval – te kunnen opvangen moeten deze plekken versterkt worden. De klimaatontwikkelingen en de toenemende ruimtelijke druk op de kust door natuur, recreatie bebouwing en economische activiteiten vragen om een nieuwe strategie, met duurzame oplossingen voor zowel veiligheid als ruimtelijke kwaliteit. Het project Zwakke Schakels is een initiatief van het Ministerie van Verkeer en Waterstaat (V&W). Dit ministerie betaalt de totstandkoming van de studies voor de zwakke schakels. De provincies met zwakke schakels in de kust (Zeeland, Zuid- en Noord-Holland) hebben planstudies opgesteld. Hierin zijn drie alternatieven voor versterking uitgewerkt: zeewaarts, landwaarts en consoliderend (versterking op dezelfde plaats). In Zeeland zijn twee gebieden aangewezen. Op Walcheren gaat het om het kustgebied vanaf de Boulevard Vlissingen tot en met de Westkappelse Zeedijk (voorlopig gaat het aan de Walcherse zuidwestkust om twee zwakke schakels: Nolle-Westduin (bij Vlissingen) en een deel van de Westkappelse Zeedijk tussen Domburg en Westkapelle). In West Zeeuwsch-Vlaanderen is het gehele kustgebied vanaf Breskens tot en met Cadzand aangewezen. Het ontwikkelen van plannen voor deze kustvakken is gedaan door het (op 1 september 2004 van start gegane) projectbureau Zwakke Schakels Zeeland, gevestigd in het kantoor van waterschap Zeeuwse Eilanden in Middelburg. Overigens is het niet zo dat boven vermelde kustvakken als geheel niet meer aan de veiligheidsdoelstellingen voldoen, maar vanwege de ruimtelijke eenheid worden de gehele kustvakken wel in de planstudie betrokken. Per zwakke schakel wordt onderzocht hoe het veiligheidsprobleem kan worden opgelost in samenhang met de ruimtelijke mogelijkheden. In fase één van de planstudie zijn de ontwikkelde alternatieven met elkaar vergeleken en beoordeeld op criteria als veiligheid (robuustheid, veerkracht), ruimtelijke kwaliteit (woonklimaat, toerisme, belevingswaarde, landschap, natuur, cultuurhistorie), kosten en baten. Aan het einde van fase één is een voorkeur uitgesproken voor een oplossingsrichting of combinatie van oplossingsrichtingen: het zogenoemde voorkeursalternatief. In fase twee van de planstudie is het voorkeursalternatief verder uitgewerkt tot een planontwerp met daaraan gekoppeld een Milieu Effect Rapportage. In deze MER - procedure zijn diverse inrichting- en uitvoeringsvarianten van het voorkeursalternatief met elkaar vergeleken. Fase twee eindigt met een ontwerp waarvoor de procedures zijn doorlopen en de resultaten zijn vastgesteld. Bij de uitvoering van de planstudie zijn niet alleen V&W en Provincie Zeeland betrokken. Andere betrokken overheden zijn: de twee Zeeuwse waterschappen, de kustgemeenten Sluis, Vlissingen en Veere en Rijkswaterstaat. Ook belangenorganisaties en bewoners van de beide gebieden hebben hun inbreng in de studie kunnen leveren. |
|