Schelde Informatiecentrum
"" Scheldenieuws
"" Organisatie
"" Natuurlijkheid
"" Beleid/beheer
"" Economie
"" Veiligheid
"" Cultuur
"" Recreatie
"" Geschiedenis
"" Dossiers
"" Literatuur
"" Veel gestelde vragen
"" Scheldelinks
"" Woordenboek
Schelde Informatiecentrum
Home Reageren Gastenboek Sitemap Zoeken
 Geschiedenis 
Algemeen

De Schelde ontspringt in Noord-Frankrijk bij Gouy-Le-Câtelet ten noorden van Saint-Quentin, ca 95 meter boven de zeespiegel (zie ook bij Natuurlijkheid). Het is een kleine bron die eerst slechts een beekje vormt. Stilaan wordt de beek gevoed door andere beekjes en zijrivieren en wordt ze een rivier. Vanuit Noord-Frankrijk stroomt de rivier in België door Henegouwen, Vlaanderen en Antwerpen, waarna ze via de Nederlandse provincie Zeeland in de Noordzee uitmondt.
 
De Schelde heeft afhankelijk van haar geografische ligging drie verschillende namen: van bron tot aan Gent heet de rivier Bovenschelde, tussen Gent en de Belgisch-Nederlandse grens spreken we van Zeeschelde en vanaf de grens tot aan de monding van Westerschelde. Hoe verder stroomafwaarts, hoe breder de rivier wordt – waar de rivier door Nederland stroomt (de Westerschelde dus) is het een kilometers brede zeearm geworden. Van bron tot monding meet de rivier 355 km.
Eeuwen geleden werd de rivier de Scaldis of Scalda genoemd. Op een Engelse kaart uit 1797 vindt men de benaming Scheldt, net zoals de Antwerpenaar vandaag spreekt over 't Scheld. In het Frans heet de rivier Escaut.

Overigens is de huidige uitmonding via de Westerschelde relatief jong. Vanouds mondde de Schelde veel noordelijker uit in de Noordzee, ongeveer via wat nu de Oosterschelde is. Het westelijk deel van de huidige Westerschelde bestond toen uit een stroomgeul: de Honte. Tijdens stormvloeden in de Middeleeuwen ontstond een doorbraak tussen de Honte en de Schelde benoorden Antwerpen. Deze nieuwe tak, genaamd Westerschelde, werd de belangrijkste afwatering en uiteindelijk de enige uitmonding van de Schelde in de Noordzee. De verbinding met de Oosterschelde (kreekrak) is in later eeuwen verdwenen doordat Zuid-Beveland met het vaste land werd verbonden.
De Schelde is tegelijk een regenrivier en een getijdenrivier. Vooral in de bovenloop van de rivieren van het Scheldebekken is de neerslag van doorslaggevend belang voor de waterstand. Vanaf Gent overheerst de invloed van het getij. Het is bijzonder dat de getijden zover landinwaarts doordringen, 160 kilometer van de monding. In Gent doen sluizen in de Schelde de getijdenwerking abrupt stoppen.



Meer over dit onderwerp

Gerelateerde nieuwsberichten

 Vorige pagina      Laatste update: 19 juni 2008