| De legende van Saeftinghe | |
|
“In die tijd was Saeftinghe het voornaamste dorp in het vruchtbare land van de Schelde... Maar de rijkdom maakte de inwoners ijdel en hoogmoedig. De boeren gingen in zijde gekleed en hun paarden waren met zilver beslagen. Zelfs de drempels van hun huizen waren van goud. Deze welvaart trok arme mensen aan, maar zij werden met stokken en honden verjaagd. Deze hoogmoed en slechtheid maakte de bewoners van Saeftinghe blind voor ‘die hangende straffe’...Zo ving een visser op een dag een zeemeermin. Maar vanachter zijn schip kwam plots de zeemeerman opgedoken, smekend om zijn vrouw terug te krijgen. De visser joeg de zeemeerman echter scheldend weg, waarop deze kwaad werd en riep... ‘Het land van Saeftinghe zal vergaan, alleen zijn torens zullen blijven staan!’ De inwoners die druk aan het feesten en plezier maken waren, vergaten hun dijken te versterken. Op een dag ging een meid water uit een waterput halen, maar ze zag dat er zeevissen in zwommen. Het water had zich al een weg gebaand onder het land. De boer en zijn gezin vluchtten ijlings weg maar... voor de anderen was het te laat. Met Allerheiligen 1570 verzwolg een enorme vloedgolf Saeftinghe en de dorpen Sint-Laureins, Namen en Casuwele met hun inwoners... De toren bleven nog enige tijd boven het water uitsteken, totdat ook zij onder de modder verdwenen. Maar soms kan men de klokken nog horen luiden.” |
|