Schelde Informatiecentrum
"" Scheldenieuws
"" Organisatie
"" Natuurlijkheid
"" Beleid/beheer
"" Economie
"" Veiligheid
"" Cultuur
"" Recreatie
"" Geschiedenis
"" Dossiers
"" Literatuur
"" Veel gestelde vragen
"" Scheldelinks
"" Woordenboek
Schelde Informatiecentrum
Home Reageren Gastenboek Sitemap Zoeken
 Natuurlijkheid | Schelde en natuur- Schelde atlas | Droogvallende gebieden 

Droogvallende gebieden

De droogvallende gebieden zijn onder te verdelen in schorren, slikken en platen. Schorren en slikken liggen langs de randen van het estuarium; platen hebben geen verbinding met het vasteland. De schorren hebben een belangrijke natuurfunctie in het estuarium. Ze dienen als rust- en broedgebied voor vogels en zijn begroeid met meerdere zeer specifieke vegetatiesoorten. De platen en slikken zijn belangrijk als habitat voor bodemdieren en als voedselgebied voor vogels.

Het beleid voor droogvallende gebieden in het Beleidsplan Westerschelde is gericht op handhaving op het huidige niveau van het areaal en de natuurwaarden van ondiepe gebieden, intergetijdegebieden en schorren en op het zoveel mogelijk in stand houden van de natuurlijke morfologische dynamiek. Lage plaatdelen bestaan vaak uit gebieden met een sterk beweeglijke bodem die een geribbeld oppervlak hebben, de zogenaamde hoogdynamische mega-ribbelvelden. De hoger gelegen plaatdelen zijn meestal vlak en laagdynamisch. De hoogdynamische delen en de randen van de platen bestaan uit zand en zijn relatief grofkorrelig. De laagdynamische plaatdelen zijn fijnkorrelig en kunnen zowel slibrijk als slibarm zijn.
Figuur 1 laat zien dat de bodem van ongeveer 1/3 deel van de Westerschelde (ruim 10.000 ha) hoger ligt dan NAP -2 m en dus droogvalt tijdens laagwater. Het oppervlak droogvallend gebied varieert overigens voortdurend.

De gemiddelde plaathoogte is een indicator voor de morfologische dynamiek. De hoogte en grootte van de platen zijn namelijk afhankelijk van de beweeglijkheid van de geulen. Indien de geulen minder beweeglijk worden, neemt de morfologische dynamiek af en ontstaat er tijd en ruimte voor de platen om te groeien. Doordat de platen steeds hoger worden komt de vorming van kortsluitgeulen en de daarbij horende versnippering van de plaatcomplexen ook steeds minder voor. Ook dit is een indicatie voor de afname van de morfologische dynamiek van de Westerschelde.

Gegevens over arealen geulen, ondiep gebied, platen, slikken en schorren worden verkregen door middel van vaklodingen en luchtfoto’s. Door de onnauwkeurigheid van de lodingen en het over elkaar heen leggen van het dieptegrid en de geometrische kaart, bestaat er een onzekerheidsmarge in de oppervlaktebepalingen van de platen, slikken en ondiep watergebieden van 200 à 300 hectare.

In figuur 2 zijn de oppervlaktes ondiep water, slikken, platen, schorren en geulen weergegeven in 1960, 1990, 1996 en 1998. Gekozen is om ook het meetjaar 1960 weer te geven omdat dit de toestand weergeeft vóór de eerste grote verruiming van de vaargeul (’70 - ’72). In de tabel zijn meer specifiek de oppervlaktes platen boven NAP -2 m weergegeven voor 1960 en 1990.
Uit figuur 2 en de tabel is het volgende af te leiden. In de zoute zone ten westen van Baar-land is voornamelijk door inpolderingen het schor- en slikareaal sinds 1935 met 2260 ha verminderd. Er is daar nu nog circa 104 ha schor en circa 680 ha slik aanwezig.
In het brakke oostelijke deel liggen nu de grootste schor- en slikgebieden waaronder het land van Saeftinge. Vooral na de introductie van Engels slijkgras in 1925, is de oppervlakte met circa 700 ha toegenomen. Door inpolderingen en door achteruitgang van de schorrand is na 1960 het schorareaal verder afgenomen met circa 900 ha. Nu is er in dit deel van het estuarium nog ruim 2200 ha schor en bijna 2100 ha slik aanwezig. Tussen ’90 en ’96 is het areaal schor verder afgenomen en wel met 41 ha.

Het plaatareaal is tussen 1961 en 1971 vooral uitgebreid in het midden en het oostelijke deel van de Westerschelde (zie Tabel). Na 1971 nam de oppervlakte boven NAP verder toe door een bijna overal optredende verhoging van de platen (zie figuur 3).

In de jaren zeventig is vooral in het oostelijke deel het aandeel hoog-dynamische plaatdelen toegenomen. In het middendeel nam in die tijd het aandeel laagdynamische delen af.
Er is verder geconstateerd dat vanaf 1960 de hellingen van de platen naar de geul steiler zijn geworden. Dit is veroorzaakt door een toename van het areaal boven NAP.

De veranderingen in arealen die zijn geconstateerd in de periode ‘90-’96 bedroegen afname van het areaal ondiep water (273 ha), afname van het areaal slikken en platen (152 ha) en de toename van het areaal geulen (226 ha) Deze veranderingen vallen overigens binnen de onnauwkeurigheidsmarge, Hierdoor zijn nog geen harde conclusies zijn te trekken. Door de afname van het areaal ondiep water gaat gebied, dat potentieel waardevol is als kinderkamer voor jonge vis en garnaal verloren.

De ingezette hierboven vermelde ontwikkeling, bestaande uit een versteiling van het bodemprofiel, met een toename van het geulareaal, grotere en hogere platen, en een afname van het areaal ondiep water en slikken, zet zich na 1996 onveranderd door. Uit het feit dat in het oostelijk en westelijk deel recent een toename is opgetreden van het ondiepwatergebied, blijkt dat morfologische processen op lange termijn geïnterpreteerd moeten worden.



Oppervlakte platen boven NAP -2 m
Plaat 1960 (ha) 1990(ha)
Hooge Platen 1510 1410
Lage Springer 184 192
Middelplaat-complex 955 842
Plaat van Baarland 175 174
Rug van Baarland 479 613
Molenplaat 209 221
Plaat van Ossenisse 296 412
Plaat van Valkenisse-West 434 482
Plaat van Valkenisse-Oost 215 469

Klik op de figuren voor een groter formaat.

klik hier Klik hier   

Bronnen
- Huijs, S. (1995). Geomorfologische ontwikkeling van het intergetijdegebied in de Westerschelde 1935-1989. Universiteit Utrecht IMAU 95.3.
- GIS-database RIKZ Middelburg.
- Beleidsmonitoring Westerschelde, Evaluatie Beleidsplan Westerschelde 1998. Schelde InformatieCentrum.

   


Meer over dit onderwerp
nieuwsberichten over dit onderwerp
Geen gerelateerde onderwerpen

 Vorige pagina      Laatste update: 06 november 2009